In het Ministerie van Ideeën, onze uitvalsbasis, staat een piepklein doosje met een gleuf erin. Erbij een rijtje kleine kaartjes waarin een munt van 1 IJslandse kroon geplakt zit. Erboven de koers: 1 kroon = 1 euro, 1 kroon = 1 dollar en zelfs 1 kroon = 1 Deense kroon. Alles beter dan de IJslandse munt. Thank you from the people of Iceland, staat er in het kaartje. Eronder in piepkleine lettertjes: 12% of this project's income goes to Her Majesty's Treasery of The United Kingdom.
IJslanders hebben humor, kunnen voortreffelijk samenvatten in welke penarie ze zijn terechtgekomen en maken zich allemaal zorgen over de gevolgen van de flater die ze hebben geslagen in het aanzien van de internationale gemeenschap. En ze kunnen nog tenminste een ander ding: keihard werken. In the Ministery of Ideas zoals deze broedplaats wordt genoemd, zitten jonge mensen aan kriskras opgestelde bureaus te werken of hun leven ervan afhangt. En misschien is dat ook wel een beetje zo. Zo af en toe komt er iemand op een skatebord voorbij naar toilet of koffie om dan weer spoorslag naar z'n gratis werkplek te glijden.
Natuurlijk zijn hier de nodige rekeningen te vereffenen. Natuurlijk is er woede als je als politieagent een kwart van je salaris moet inleveren terwijl je graag persoonlijk de grote boeven, waarvan de omvang door de meesten wordt ingeschat op 20 mensen in strakke pakken, in het gevang wilt smijten. En natuurlijk maakt iedereen zich zorgen over de winter als het koud en donker wordt, de volle omvang van de crisis langzaam duidelijk zal gaan worden en pas echt gaat doordringen en iedereen misschien wel weer z'n eigen vis moet vangen.
Aan de andere kant, zo realiseert iedereen zich, hebben de IJslanders maar een kans: er samen wat van maken. Drie belangrijke voorwaarden zijn dik in orde: werklust en ideeën, vis en energie en een grote sociale cohesie. Een belangrijk exportproduct is misschien wel muziek. Ze doen het graag en kunnen het goed. Om de lange winterdagen door te komen en om plezierig met elkaar bezig te zijn.
Juist vandaag gaat hier een nieuwe website de lucht in: GogoYoko. Het belooft een internationale hit te gaan worden. Iedere artist kan daar rechtstreeks zijn muziek verkopen en alle inkomsten gaan 1 op 1 naar de muzikant. Daarnaast kan hij bijvoorbeeld een nummer doneren aan een van de aangesloten goede doelen en zijn fans oproepen om ook een duit in het zaktje te doen. Een typisch vierde sector-bedrijf, waarbij het traditionele onderscheid tussen de drie sectoren volledig verdwenen is.
In die zin kun je zeggen dat de toekomst hier al lang en breed is begonnen. IJsland als de kanarie in de mijn van het kapitalisme is als eerste volledig doordrongen van de doodlopende weg van de ongebreidelde geldvermenigvuldiging en is bezig ook als eerste een volledig andere in te slaan.
Straks gaan we op weg naar het vliegtuig. Terug naar huis. En naar het verwerken van de eindeloze hoeveelheid materiaal dat we hebben verzameld. Het dringt nog maar langzaam tot ons door in welke schatkamer van inzichten en ideeën we hier terecht zijn gekomen.
Maar eerst gaan we afscheid nemen van twee geweldenaren: Inga en Unnsteinn die ons hebben geïntroduceerd bij al die geweldige mensen die we hier gesproken hebben. Van hun ouders tot hun vrienden en vijanden. Politici, ondernemers, mensen uit onderwijs en bankwezen. Tot zelfs een universitair docent economie die zich nu full time bezighoudt met de economie in de virtuele realiteit van Eve (speel je dat nog niet op het web?)...
Is dat niet wat er is misgegaan in de wereld? Dat de economie voor het grootste deel virtueel is geworden?