Ik heb het genoegen gehad (samen met Jurriaan Cals en Henk van der Steen en Willemijn Brouwer, vanwege ons boek over Rijnlandse doeners) kort te mogen spreken met de Commissaris der Koning(in) van Noord Brabant, Wim van de Donk.
Het levert (om te beginnen, rest volgt later) interessante links op:
http://lucepedia.nl/asp/invado.asp?t=media_detail&id=23398&d_id=395, met zeer informatief, zeer fraaie 4 Centrale Waarden (in de Katholieke Sociale Leer)
1) personaliteit (ieder mens telt),
2) solidariteit (blijvende zorg voor elkaar),
3) subsidiariteit (samen bouwen aan de toekomst),
4) algemeen welzijn (niemand leeft voor zichzelf);
http://www.stichting-csc.nl/column1.php?id=98, met een erg aardige column van Jos van Gennip;
http://www.limburger.nl/article/20111104/REGIONIEUWS01/111109805/1347, met de jaarlijkse Rijnlandlezing, ingesteld bij het vertrek van Leon Frissen als CdK van Limburg.
Een zeer indrukwekkende voordracht van Harry Kunneman! Met dank aan Saskia van der Werff.
Deze is gaaf, zowel qua inhoud als qua vorm. Marx had toch (op zijn minst een beetje) gelijk.
http://www.youtube.com/watch?v=qOP2V_np2c0
Met vriendelijke groet
Poul Bakker
Beste Rijnlanders,
Niet alleen de PvdA maar ook het CDA gaat op de Rijnlandese toer..
Vandaag ook in Trouw een artikel.
Ze hebben dankbaar geput uit Rijnlandse bronnen (o.a. Piet Moerman, Jaap Peters, Weggeman) en ook volop uit Slow Management, met name wat de voorbeelden betreft. Hebben we het toch niet voor niets allemaal opgeschreven…
Komend nummer van Slow Management gaat overigens over “Politiek” (we hadden dus een goede neus). Er komt ook een artikel over ‘Politiek en Rijnlands denken’, met als aanleiding deze ontwikkelingen binnen PvdA en CDA. Eventuele
tips (vragen?) en ideeen zijn welkom.
groet,
Walter van Hulst
hoofdredacteur Slow Management
Van: Voorzitter CDA Fryslan [mailto:voorzitter@cda-fryslan.nl]
Gepost om: dinsdag 12 februari 2013 22:25
Gepost naar: Redactie Managementboek
Discussie: CDA Fryslân omarmt Rijnlands Denken en Doen
Onderwerp: CDA Fryslân omarmt Rijnlands Denken en Doen
Geachte redactie van Slow Management,
In het laatste nummer van uw blad meldt u dat bij CDA Fryslân een expertgroep Rijnlands denken actief is. Deze themagroep of denktank heeft onlangs haar werkzaamheden afgerond. Met plezier doen wij u bijgaand het rapport van de Rijnlands Denken en Doen toekomen. Marcel van Heijkop, abonnee van uw blad en lid van de denktank, heeft de verbinding gelegd tussen artikelen van uw blad en het werk van de denktank.
Wij doen u toekomen:
- een samenvatting van het rapport,
- het naar de provinciale media verzonden persbericht,
- het rapport van de denktank, getiteld startdocument Rijnlands Denken en Doen.
Mocht u naar aanleiding van de toegezonden documenten vragen hebben of nadere informatie op prijs stellen, dan zullen wij een en ander in een gesprek/interview graag nader toelichten.
Met vriendelijke groet,
Douwe Tamminga, voorzitter
Jelle Brandt Corstius vindt dat het nu tijd is voor de oud-SNS topman om zijn bonus terug te geven. Brandt Corstius: “Een tijdlang luidde de slogan van SNS ‘Geef!’. Mijn slogan: ‘Geef terug!’ ” Hij roept eenieder op om een mail te sturen aan genoemde SNS-topman met het verzoek om de evident (moreel) onverdiende bonus terug te geven. Naar Jelle’s oproep. De OrganisatieActivist laakte het ethisch besef van bankiers al eerder. Onder meer in: ABN AMRO failliet! – Deze column werd met onze voorafgaande toestemming overgenomen door de website Joop.nl en werd ook daar vaak gelezen. En lees hier ons dossier Occupy!
Beste Rijnlanders (v/m),
Het laatste stuk van de PvdA (Wiarda Beckman Stichting) begint in ieder geval met een hoofdstuk (blz.. 9) wat Rijnland 2.0 heet…..
Jaap Peters
Jan lust wel een borreltje. Voor de gezelligheid. En wie niet? Een borreltje aan het eind van de dag, een wijntje bij het diner met kaarsen en laat in de avond nog een glas bij de open haard. Het pas bij de sfeer, de ontspanning en het samen zijn. Maar Jan lust er wel meer van. Jan wordt lastig en vervelend vrolijk. Het gaat niet meer om de sfeer, de ontspanning en het samen zijn. De drank is het doel en dat wordt tegelijk ontkend. Niet Jan maar jij hebt er last van. De hele omgeving heeft er last van. Van een goede sfeer is geen sprake meer. Dat is jammer en daar wil je graag wat aan doen.
Jan helpen blijkt een zinloze optie, want Jan ontkent het probleem. Het op de agenda zetten, het probleem aankaarten blijkt een averechts effect. De drank gaat onder de tafel en wordt schijnbaar onzichtbaar maar het probleem komt des te heftiger terug.
Mensen die het kunnen weten zeggen dat in dit geval Jan toch echt eerst zelf tot inzicht moet komen. Tot inkeer. Het beste zou zijn contact te houden en tegelijk Jan te negeren. Ga niet helpen want je zou er zelf aan onder door gaan.
De parallel met geld dringt zich op. Geld is fijn. Ik houd wel van wat geld. De ondernemer Benno van Ingen zei eens in een interview: “Als bij mij een ton voor de deur staat, doe ik gewoon open. Maar winst maken is nooit het doel, altijd het gevolg”. Het moet wel leuk ondernemen blijven. Pas als geld de enige drijfveer wordt dan verandert er iets fundamenteels en komt er iets vernietigends. Ondernemende teams vallen door ruzie uit elkaar. Zakelijke partnerschappen breken bruut. Probeer iemand die geld in de hoofdrol zet maar eens te bereiken. Geld maakt meer kapot dan je lief is.
‘Top failliete scholenkoepel Amarantis leefde als zonnekoningen‘, kopt de Volkskrant vandaag. Een onderzoek naar zelfverrijking, belangenverstrengeling en vriendjespolitiek door een commissie onder leiding van oud-Groen Linksfractievoorzitster Femke Halsema, heeft: ‘een waslijst [aan] ongewenste gedragingen’ opgelevert. Ga naar artikel in de Volkskrant.
“Omdat u niet leert, een straf voor de rest van uw leven”
Ik vraag u even de tijd te nemen de hieronder getoonde foto eens goed te bekijken die In de NRC van woensdag 6 februari 2013 is gepubliceerd. Op deze foto verlaat een verdachte in de vastgoedfraudezaak ‘Klimop’ de rechtbank en passeert twee stratenmakers die op dat moment pauzeren.
Kijk eens naar de blikken van deze stratenmakers. Die laten zien dat de afstand tussen hen en de man onoverbrugbaar groot is. Maar ondanks die afstand weten ze dat er rondom deze man veel hangt dat niet pluis is. En dat het met achterbaks gesjoemel en geld te maken heeft. Veel geld. En dat deze man in pak hiermee niet in verband gebracht wil worden.
Kijk eens naar de houding van de verdachte. Die is er een van vluchten. Weg willen uit de openbare ruimte. Terug in de beschutting van een kantoor en snel onder vertrouwelingen willen zijn. En kijk naar de tas. Die gebruikt hij niet om zich te verbergen voor de statenmakers. Daar heeft hij niet veel van te duchten. Daarmee drukt hij ook zijn neerbuigende houding uit richting het janhagel en het plebs. Die tas gebruikt hij om niet opgemerkt te worden door fotografen en journalisten.
We zien hier het contrast tussen werken met je handen voor weinig geld, eten uit een broodtrommel, sjouwen, bukken en zweten en vieze kleren, tegenover oneerlijk veel geld verdienen, werken zonder geweten, lunches, constant twintig graden en droog en altijd de lift gebruiken.
Dit soort tas-voor-hun-gezicht mannen-in-pak ontspringen vaak de dans. Omdat ze de wegen kennen. Tijd voor een straf die hen werkelijk raakt. In de portemonnee dus. En omdat men niet leert en gewoon doorgaat, een straf die niet ophoudt. Dat zou een speciaal soort TBS kunnen zijn. En dan niet de bekende TBS voor pathologische moordenaars en verkrachters, maar een TBS voor managers uit het financiële circuit en semioverheid die gewetenloos met gemeenschapsgeld frauderen. Zo’n straf zou de verplichting kunnen zijn een leven lang substantieel meer belastinggeld dan normaal te moeten afdragen. Zichtbaar door de gitzwarte enveloppe met een blauwe letter S die maandelijks dan op de deurmat valt. TBS: Te Betalen Schaamtebelasting.
—–
Bron originele foto: NRC Handelsblad d.d. 6 februari 2013. Bewerking: De OrganisatieActivist.
Koen Krikke stuurt me een artikel van Hans Strikwerda over het Het Nieuwe Werken, dat ik graag met iedereen deel. Hij schrijft er mij het volgende bij:
Beste Sjaak,
Een mooi artikel van Hans Strikwerda over de verbinding van HNW met de ambitie om de ‘frontline’-werker (professional / werkvloer) over de informatie en kennis (in het nu) te laten beschikken die het mogelijk maakt om de juiste oordelen en keuzes te maken.
Een wat omgewerkte quote (pag 3):
“[… Het] doel [… is … ] dat de werknemer in een concrete situatie […] op grond van de missie van de instelling, de waarden, data, inzicht in oorzaak-en-gevolg, zelfstandig kan besluiten wat hij in die situatie moet doen [… ] met inachtneming van de integriteit van de instelling.”
Dat raakt mooi aan Rijnlands organiseren,
Groet,
Koen
Naschrift:
Als Rijnlandse hand wil je een organisatie meer Rijnlands maken, toch? De vraag is nog steeds een beetje: ‘Hoe dan?’
Het is aardig dat Strikwerda hierin nadruk legt op het informatie-systeem van een organisatie.
Het is iets (geheel) anders dan de bijdrage van ‘Het Rijnland Boekje’.
En van Moermans stuk (Huis op orde) waarin hij wijst op
- versterken van betrouwbaarheid
- fractaliseren van het systeem
- besluitvorming op de juiste plek
- ruimte voor ‘fractalen
- pareto optimaal
- de onpartijdige (maar wel goed geïnformeerde) arbiter.
En tenslotte ook dan onze eerdere workshops over de kenmerken en de poging om (door inzicht in de causale relaties die die kenmerken versterken/ondermijnen) een organisatie meer Rijnlands te maken;
Dit nog even ter toelichting op mijn interesse voor dit artikel.
Nogmaals een groet,
Koen
Interessante zienswijze, waar ik ook op kom door het denken over de cyclische/circulaire economie …
Wat is dat toch, dat mensen zichzelf zoveel kleiner maken dan ze zijn? Dat vakmensen zich onbekommerd in een vakje laten stoppen? Waar ze dan ook niet meer uitkomen, zelfs al haal je het vakje weg. Dat iemand die zichzelf bekwaamd heeft in een vak zich, eenmaal binnen een managementbureaucratie, laat verlagen tot het vullen en aankruisen van vakjes op een formulier? Dat de vakman (m/v), zodra hij de poort van zijn werkgever binnenstapt, verwordt tot vakjeman.
Het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook. Daar staan dagelijks de kranten van vol. Dat iemand die geen noemenswaardig vak heeft geleerd, verleid wordt van zichzelf te denken dat hij toch aanzienlijk dichter bij god functioneert dan gewone stervelingen. Zodat hij miljarden risico’s gaat nemen, de hele boel naar de sodemieter helpt en dan weer gered moet worden door die stervelingen boven wie hij zich zo verheven voelt. En die dat dan nog zonder enige vorm van protest doen ook.
Maar daar wil ik het nu eens niet over hebben. Als tegenhanger van de vakjeman is hij echter wel interessant. Want kennelijk is er iets aan het werk dat beide kanten op kan. Je kunt je zowel veel groter als veel kleiner voelen dan wat redelijk zou zijn.
Eerst iets over vakmanschap. Er is niet zoiets als geen vakmanschap. Beroemd geworden zijn de filmpjes die ir. Ernst Hijmans, de grondlegger van de bedrijfskunde in Nederland, in de jaren ’30 maakte van straatvegers in de parken van Parijs. Zij wisten hun bezems zo te binden en te bewegen dat wél de blaadjes werden geveegd, maar niet de steentjes waarop zij lagen. Terecht concludeerde Hijmans dat het hier om een uniek menselijk vermogen gaat, dat hij vakmanschap noemde.
We kennen dat van de wijkagent, van de verwarmingsmonteur, van de schooljuffrouw, de wijkverpleegster… Op straat, bij de mensen thuis, op het plein, overal kunnen ze met de meest idiote situaties uit de voeten. Maar zodra ze op het bureau terugkeren, op kantoor, in de lerarenkamer, dan weten ze ineens niet meer waar ze aan toe zijn, hebben ze visie nodig en zekerheid. Dan worden ze van vakman vakjeman (m/v).
Laten we de schooljuf eruit pikken. Ik ken geen vakman (m/v) die voor de klas staat die, gesteld voor de keuze of het talent van het kind centraal moet staan of het curriculum, voor het laatste kiest. Toch doen al die vakmensen dat dag in dag uit wel. Daarbij wijzen ze dan naar de inspecteur, hoewel die hen nog nooit iets heeft aangedaan. Die inspecteur hoeft overigens maar een keer een leerlingbehandelplan af te keuren om alle leerkrachten in de buurt – ook op omliggende scholen – een paar nachten te laten doorwerken om de documenten nóg beter in orde te hebben dan waar wie-dan-ook om heeft gevraagd. Zélfs als ze weten dat geen kind er beter van wordt. Dat ze die tijd, energie en bekwaamheid veel beter in die kinderen hadden kunnen stoppen. Dan wordt de vakman vakjeman (m/v).
Een deel van de verklaring moeten we zoeken in de biologie. Als iemand lange tijd een gevoel heeft gehad succesvol te zijn, dan is dat op de MRI-scan te zien. Bepaalde hersendelen zijn dan gegroeid en andere geslonken. Bij iemand die lange tijd het gevoel heeft nergens over te mogen gaan, gebeurt het omgekeerde. Zo maken we stabiele hiërarchieën. De komende tijd, zo voorspel ik, zullen er veel van dit soort onderzoeksresultaten verschijnen om de doodeenvoudige reden dat ons sociale gedrag nu eenmaal een biologische basis heeft.
Een ander deel van de verklaring is van psychologische aard. Beroemd is het experiment waarbij een onderwijzeres aan het begin van het schooljaar gefingeerde toetsresultaten van haar leerlingen had gekregen. Die waren door de onderzoekers willekeurig toegekend. Aan het eind van het jaar bleken de nepresultaten voorspellende waarde te hebben. De verklaring wordt gezocht in het verschil in bejegening van de juf.
Er zijn nog meer verklaringen. Ze komen uit de sociologie, de antropologie, de krijgskunde en uit vele andere wetenschapsgebieden die alsmaar verzuimen hun onderzoeken nu eens op elkaar te leggen, vakjemensen als ze zelf zijn.
Maar een ding staat als een paal boven water: aan de bron van al deze verschijnselen staat een overmaat aan hiërarchie. Die is de bron van veel ellende. Zowel die van de top-apen die alsmaar hun hand overspelen als van al die vakmensen die zich hulpeloos naar het functiewaarderingssysteem schikken. Zich als vakman in een vakje laten stoppen. Zo lang we dat niet begrijpen, wordt het niks met ons in het kennistijdperk.
Goed betoog van Jos van der Lans in Wat werkt nu werkelijk? Politiek en praktijk van sociale interventies: Transparante professionals, op zoek naar een eigen-wijze openheid.
Hij komt op 6 bezwaren tegen Evidence based practices:
1) gereduceerde complexiteit
2) onvergelijkbare contextualiteit
3) afgedwongen uniformiteit
4) geschonden professionaliteit
5) aangetaste privacy
6) bureaucratische controle.
Daartegenover zet hij mooi 4 voorwaarden om effectiviteitsdiscussies echt te doen landen in de publieke sector:
1) het formuleren van ‘professionele waarden’, historical based principles:
- oriëntatie op leefwereld, georganiseerde nabijheid;
- veelzijdigheid professionals; niet eng gespecialiseerd;
- aangaan van duurzame vertrouwensbanden, veiligheid en continuïteit;
- gepassioneerd zijn, persoonlijke drive;
- steeds zoeken naar eigen kracht, talenten van mensen;
- hechte, kleine werkverbanden
2) het dynamisch creëren van ‘eigenaarschap’
3) de burger als gelijkwaardige partner behandelen
4) publieke verantwoordelijkheid niet ontlopen over te maken keuzes
Mooie, zeer heldere afsluiting van een serie fraaie artikelen van Steve Denning. Traditional management en Radical management staan tegenover elkaar, incl. de boodschap dat je Radical management niet half kunt doen. De gelijkenis met Angelsaksisch versus Rijnlands is groot!
Dank aan Erick Wuestman en Jaap Peters, die via Stoos weer een heleboel materiaal voor ons toegangelijk ma(a)k(t)en.
Afgelopen week is de financiële sector begonnen met het afleggen van de beroepseed. De grote banken hebben het echter nog niet gedaan, alhoewel het vanaf 1 januari 2013 verplicht is, en lijken zich pas in de loop van dit jaar schoorvoetend te schikken. De onafhankelijke financiële adviseurs namen deze week het voortouw. Kijk even naar dit filmpje: toch wel indrukwekkend.
Lance Armstrong en de bankensector hebben één ding gemeen: hun mentaliteit. De omgeving moet wijken voor hun persoonlijke geldingsdrang en als de omgeving tegensputtert dan maken we met die anderen korte metten. We kunnen van Amstrong’s bekentenis wel iets leren. ‘Als je de Tour wil winnen dan moet je doping gebruiken, dat is geen concurrentievervalsing want iedereen doet het’. Het voelde dus niet verkeerd en ik denk dat hij daar oprecht in is. Als je ‘in de zone’ werkt of dat nu de Tour is, de Zuidas, Wall Street of the City in Londen, dan vervalt, door je winnaarsmentaliteit, de grens tussen goed en kwaad. En je komt in een droomwereld terecht waarin de bomen tot in de hemel groeien: zeven keer de Tour winnen en maar cashen al die bonussen. Master of the Universe. De rest is dan toch een stel zielige krabbelaars? Oók in de ogen van het publiek. In de Tour van 2003 stond ik bovenaan de Luz Ardiden (15e etappe). Een berg waar je lopend al nauwelijks tegen opkwam, maar Armstrong kwam voorbij in een tempo alsof hij al bergaf ging. Iedereen keek er vol bewondering naar. Als allerlaatste arriveerde Axel Merckx (de zoon van), toch ook een verdienstelijk renner. Ik herinner me vooral nog de respectloosheid van de toeschouwers. De hevig transpirerende zwalkende Axel die van niemand hulp kreeg. Alleen maar drommen kijkers die hem in de weg liepen in hun drang weer zo snel mogelijk beneden te komen. Wij willen een superheld als Armstrong en geen eerlijke loser.
De beroepseed van de bankiers vraagt echter dat je het spel eerlijk speelt:
“Ik verklaar dat ik mijn functie als bankier integer en zorgvuldig zal uitoefenen. Ik zal een zorgvuldige afweging maken tussen alle belangen die bij de bank betrokken zijn, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de bank opereert.
Ik stel in die afweging het belang van de klant voorop en zal hem zo goed mogelijk inlichten. Ik zal mij gedragen naar de wetten, de reglementen en de gedragscodes die op mij als bankier van toepassing zijn. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd. Ik maak geen misbruik van mijn bancaire kennis.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal mij inspannen om het vertrouwen in het bankwezen te behouden en te bevorderen. Ik zal zo het beroep van bankier in ere houden.”
Hans Ludo van Mierlo, voormalig bankier, is opsteller van de beroepseed en die zegt het als volgt: “De uitwassen van het Angelsaksische model moeten bestreden worden. Daarin zijn bankiers en andere mensen in de financiële sector verkopers geworden, in plaats van verantwoordelijke adviseurs van klanten”.
We hebben hier te maken met een trendbreuk: het belang van de klant voorop stellen en je verantwoordelijkheden voor de samenleving. Er staat bijna letterlijk: ga a.u.b. maatschappelijk verantwoord ondernemen! En in die zin geldt dat deze beroepseed niet alleen voor bankiers geschikt is. Dat gaat niet mee vallen voor mensen die jaren ‘in de zone’ hebben gewerkt en het eigen belang (de bonus) en het organisatiebelang (de profit voor de aandeelhouder) centraal moesten stellen in hun denken. ‘Werknemers werden alleen nog afgerekend op financiële criteria. Wij hebben geen klanten, alleen maar bedrijfsonderdelen ‘, zei de hoogste top. En: ‘Onze bedrijfsonderdelen moeten hun klanten beter uitmelken’. Dat was de directe aanleiding om het artikel Intensieve Menshouderij te schrijven in 2001. Lees hier de eerste alinea daarvan.
Ik ga ervan uit dat de gemiddelde professional op de bankwerkvloer wel blij is met deze beroepseed. Het biedt hem of haar een paraplu tegen veel eisende managers met opgeschroefde targets.
Ziet u straks de echt grote bankiers al zitten al bij Pauw & Witteman (model: Oprah & Lance) en antwoord (‘Ja’ of ‘Nee’) geven op deze vragen?
Als deze vragen, beantwoord worden door de betrokken CEO, met een volmondig ‘Ja’ en de laatste vraag met ‘Nee’ pas dan kan de beroepseed van Van Mierlo volgen. Alle andere medewerkers van de bank kunnen daarna volstaan met alleen het uitspreken van de eed zonder moeilijke vragen.
Ik zweer je dat dit het vertrouwen in de banksector gaat herstellen!
Momenteel leggen de eerste bankiers de eed af. Als je het zo leest is het een soort 3P-eed. Er is meer dan Profit in het leven. Het is maar dat u het weet, maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zweren bij geld alleen is niet meer voldoende. Lees hier de bankierseed zoals die wordt afgelegd.
“Ik verklaar dat ik mijn functie als bankier integer en zorgvuldig zal uitoefenen. Ik zal een zorgvuldige afweging maken tussen alle belangen die bij de bank betrokken zijn, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de bank opereert.
Ik stel in die afweging het belang van de klant voorop en zal hem zo goed mogelijk inlichten.Ik zal mij gedragen naar de wetten, de reglementen en de gedragscodes die op mij als bankier van toepassing zijn. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd. Ik maak geen misbruik van mijn bancaire kennis.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal mij inspannen om het vertrouwen in het bankwezen te behouden en te bevorderen. Ik zal zo het beroep van bankier in ere houden.”
Lees vooral ook even dit artikel waarom vooral medewerkers van banken er erg blij mee zijn.
Collega-auteur Ben Kuiken (o.a. van De laatste manager en Fuck the regels) heeft voor Scope de verschillen nog eens op een rij gezet. Altijd leuk en goed om de discussie aan te zwengelen. Uiteindelijk gaat het niet om ‘het model’ maar om de manier waarop je daadwerkelijk bent georganiseerd, zie Het Rijnland Praktijkboekje, maar een aantal zaken die alsmaar wordt herhaald als voor- en nadelen blijven onbegrijpelijk. Het is even niet anders. Kijk hieronder even naar het overzichtsartikel van Ben, daaronder zal ik paar niet-uitputtende opmerkingen plaatsen bij zijn overzicht.
Lees hier het artikel van Ben Kuiken
Rijnlands en Angelsaksisch zijn cultureel bepaald: het alsmaar opsommen van voor- en nadelen heeft niet zoveel zin. Je kunt niet vrijuit kiezen. Heel Nederland is tegen graai-salarissen en dat wordt zo langzamerhand eindelijk ook aangepakt. Op 30 november 2012 in de Volkskrant: de directeur van de DNB moet de helft van zijn salaris inleveren. We blijven onder de Balkenende-norm: het duurt even, maar we komen er wel. De naderende bankierseed (2013) is ook zo’n gevalletje: alleen zweren bij geld is niet meer voldoende.
Het is niet zo dat Het Rijnland Model alleen in Europa wordt gehanteerd en Het Angelsaksisch Model alleen in Amerika. Ook hier zijn Angelsaksische organisaties en in Amerika zijn Rijnlands ingerichte organisaties. Voorbeelden noemen van Rijnlandse bedrijven in Amerika bewijst verder niets, behalve dat er gelukkig ook Rijnlandse bedrijven in Amerika bestaan.
Dat Rijnlandse organisaties een overlegcultuur (stakeholders) hebben, mag dan wel kloppen, maar met alle respect er wordt nergens zoveel vergaderd en papier opgehoest dan in Angelsaksische organisaties. En inderdaad diegene die de knoop doorhakt is bijvoorkeur iemand in een Rijnlandse cultuur die weet waar het inhoudelijk overgaat en niet per definitie de baas c.q. de man/vrouw die het aandeelhoudersbelang voorop stelt. Ik zou het een stijlverschil noemen en niet zozeer een voor- of nadeel. Als u liever beslissingen over uw gebit aan de eigenaar van een franchise-prakijk voor tandartsen overlaat op grond van een spreadsheet i.p.v. aan de tandarts zelf dan is dat een vrije keus. Zo kun je besluiten als CEO om op basis van een spreadsheet dat het erg handig is voor de aandeelhouder om minder koffie te doen in je padjes. Zie het vorige artikel op deze site. Of om je post te laten bezorgen door uitzendkrachten die de brieven uiteindelijk niet bezorgt, maar onderweg in een sloot gooit. Dat kan allemaal, als je er verder geen verstand van de inhoud van het vak, maar wel van geld verdienen voor de aandeelhouder op korte termijn.
The proof of the pudding is in the eating: Koop een Amerikaanse auto, dan weet je waar het over gaat als je de leaseprijs vergelijkt met die van een Duitse of Japanse auto.
Op 30/11/12 was een documentaire over Amerika gemaakt door Amerikanen op onze TV in Holland Doc genaamd ‘Hoezo armoede?’. Kijk en geef hieronder zelf een oordeel over de voor- en nadelen. De samenvatting:
Van de totale Amerikaanse welvaart komt 42,7% ten goede aan slechts 1% van de mensen. Van deze rijkste mensen van Amerika woont 1% op Park Avenue in New York City.
De rijken worden steeds rijker, de armen steeds armer. In Amerika zag 5% van de families hun inkomen tussen 1979 en 2009 met 72,7 % toenemen, terwijl 5 % van de gezinnen met de laagste inkomens een vermindering kende van 7,4%. Van de totale Amerikaanse welvaart komt 42,7% ten goede aan slechts 1% van de mensen.
Van deze rijkste mensen van Amerika woont 1% op Park Avenue in New York City. Tien minuten noordelijker de brug over, loopt Park Avenue de Bronx in, waar de helft van de bevolking leeft van de voedselbank. De werkeloosheid is 19% en kinderen hebben hier twintig keer meer kans te worden vermoord dan de bewoners aan de andere kant van de rivier.
Jacob Hacker, politicoloog aan Yale universiteit stelt dat de maatschappij is veranderd omdat er meer en meer geld naar de top gaat. Dit geld wordt door de rijken geïnvesteerd in politiek die gunstig is voor de rijken. De sociale mobiliteit in de samenleving is enorm afgenomen. Toch blijven vooral de armste mensen in de samenleving geloven in de Amerikaanse droom om van een dubbeltje een kwartje te worden. In hun appartementen op Park Avenue ontvangen de rijken presidenten en senatoren. Miljoenen dollars campagnegeld worden in het vooruitzicht gesteld in ruil voor lage belastingen. De bewoners van Park Avenue in de Bronx kunnen hun president niet beïnvloeden en worden geconfronteerd met bezuinigingen in publieke gelden. Bezuinigingen die nodig waren voor de belastingverlagingen voor de rijken.
Als je een Rijnland Praktijkboekje schrijft moet je vaak uitleggen waarom je dat doet. Bij Anglo-Amerikaans management hou je toch meer over? Zeker onderaan de streep. Maar nu hebben we de koffietest! Is jouw zaakje wel zuivere koffie? We kunnen hem toepassen op verschillende organisaties en mensen. De hele Anglo-Amerikaanse praktijk kom je soms tegen in een enkel interviewtje in de zaterdagkrant.
Ergens zit zo’n manager van Sara Lee (die van Fresh Bakery) in Downers Grove en die verzint het volgende om uit die stomme Hollanders nog wat extra centen te wringen ten faveure van de aandeelhouders. Hebben ze op cursus MBA geleerd. Gewoon wat minder koffie (0,5 gram) in een Senseo-padje, dat merken die Hollanders niet, doen we die slappe hap in de aanbieding en geven als preferred supplier van Albert Heijn die jongens de gevraagde 2% korting. Lachen, joh, … Bij ons in Amerika zijn refills sowieso al free, … water met een kleurtje. Dat hebben we de consument in Amerika geleerd te drinken (klik hier). Anders liggen ze maar wakker en ondertussen slapen onze aandeelhouders er ook beter van, snap je wel?
Weet je wat we ook kunnen doen? We stoppen met uitgaven voor innovatie, onderinvesteren heet dat in het MBA-jargon; ze bedoelen ‘dan hou ik onder de streep meer over’. Je moet toch wel lef hebben om op je visitekaartje nog de toevoeging MBA te zetten. Dan weet je een ding 100% zeker: het is geen zuivere koffie. Je moet alleen nog even achterhalen waar de boel precies wordt getild (Lees Youp over ‘Roermond’ bijvoorbeeld).
Even voor de en/en denkers onder ons: heeft Anglo-Amerikaans helemaal geen voordelen, Jaap? Jij drinkt je koffie immers zwart. Natuurlijk zijn er voordelen aan Anglo-Amerikaans: en die zijn voor de aandeelhouder en voor de CEO die de bonus krijgt als beloning voor het uitknijpen.
Kom, … ik ga nog even op kopje koffie zetten, … waar ik wel wakker van lig.